Post traumatische stress: symptomen

Wat is het posttraumatische stress syndroom (PTSS)?

Hieronder vind je een lijst van symptomen (= tekens, verschijningsvormen) die voor kunnen komen nadat je een trauma hebt meegemaakt. Mensen verschillen veel van elkaar, ook in hun reactie op een traumatische gebeurtenis. Onderstaande lijst geeft een aantal mogelijke reacties weer. Misschien is het goed om deze lijst door te nemen met iemand die je goed steunt. Je kan een leuke activiteit plannen na het aankruisen van deze lijst om je stemming terug te richten op iets aangenaam. (Hier heb je een pfd-versie van deze lijst)
Deze vragenlijst is gebaseerd op mijn ervaring met cliŽnten met PTSS en gebruikt o.a. de criteria van de DSM V. Het is geen genormeerde vragenlijst of PTSS test. Deze vragenlijsten zijn er wel en neem ik af van cliŽnten, bijvoorbeeld bij het opmaken van een verslag om terugbetaling door de verzekering te staven (zoals na een werk- of verkeersongeval). Specifiek voor vluchtelingen zijn deze vragenlijsten vertaald. Voor het stellen van een diagnose dien je steeds een klinisch psycholoog of psychiater te consulteren.
Een syndroom is een geheel van symptomen. De DSM V is het actuele handboek voor psychiaters en psychologen dat de overeengekomen richtlijnen bevat om een diagnose of syndroom vast te stellen. In de DSM V hoort het posttraumatische stress syndroom bij de rubriek van de angststoornissen.

    I. Zich opdringende herbelevingen:

  1. herhaaldelijke nare dromen over de lastige ervaring, nachtmerries
  2. beelden van de lastige ervaring die telkens weer optreden, flash-backs
  3. gedachten omtrent de lastige ervaring die zich ongevraagd blijven opdringen
  4. je gedragen alsof de gebeurtenis opnieuw gebeurt
  5. je voelen alsof de gebeurtenis opnieuw gebeurt

  6. II. Lichamelijke reacties:

  7. hartkloppingen, pijn in je hartstreek, snelle ademhaling, zweten, ... wanneer je herinnerd wordt aan de lastige gebeurtenis
  8. paniek, ontreddering of extreem ongemak voelen bij het herinneren aan de gebeurtenis
  9. angst voor bepaalde situaties, mensen, acties, gebeurtenissen, ...
  10. angstaanvallen, paniekaanvallen, angst dood te gaan
  11. angst voor angst
  12. steeds lichamelijk gespannen blijven, voortdurende pijn in je spieren of in bepaalde delen van je lichaam

  13. III. Vermijden, dissociatie (=afsnijden, splitsen), sociale isolatie

  14. activiteiten vermijden die je opnieuw confronteren met de lastige ervaring of die je doen terugdenken aan de lastige gebeurtenis
  15. niet willen praten of denken over de lastige gebeurtenis
  16. je delen van de lastige gebeurtenis niet kunnen herinneren, delen van het gebeuren of van de tijd kwijt zijn
  17. niet meer kunnen voelen wat je toen voelde
  18. in het algemeen je afgesneden voelen van je gevoelens, niet bij je gevoelens geraken
  19. je eigen zelf (identiteit) niet meer herkennen, of je eigen lichaam niet meer herkennen
  20. de wereld om je heen als vreemd ervaren
  21. je verwijderd of afgesloten voelen van anderen
  22. geen liefde, warmte of vriendschap meer kunnen voelen tegenover aardige mensen dicht bij jou
  23. je sociaal terugtrekken, niet meer onder mensen komen of veel minder dan voorheen

  24. IV. Ontregeling van veerkracht, aandacht, waakzaamheid

  25. super alert zijn, alsof er nog steeds gevaar dreigt
  26. snel geŽrgerd zijn, vlug kwaad worden
  27. snel frustratie ervaren
  28. voor anderen zorgen na de crisis en hierbij onvoldoende voor jezelf blijven zorgen
  29. je zelf ontspannen lukt niet meer
  30. inslapen lukt moeilijk of enkel met medicatie
  31. een hele nacht door slapen lukt je niet meer of enkel met medicatie
  32. concentratieproblemen
  33. in niets meer zin of plezier hebben
  34. emotionele uitputting, uitputtingsdepressie, burn-out

  35. IV. Verlies van je geloof in herstel, goedheid, mogelijkheden, toekomst

  36. het idee hebben dat niets of niemand je uit deze ellende kan halen
  37. het idee dat je leven achter de rug is
  38. geen beroep willen doen op anderen die je willen helpen
  39. verlies van je vertrouwen in de mensen, in de wereld
  40. wanneer je als groep of samenleving getroffen wordt, worden de onderlinge verschillen duidelijker. Je kan erg sceptisch of bitter worden over het samenleven in verbondenheid ondanks deze verschillen.
  41. schuld of schaamte voelen die buiten verhouding zijn
  42. het idee dat je geen toekomst meer kan bouwen voor jezelf
  43. ongeloof dat jij en je naasten kunnen herstellen van deze ingrijpende gebeurtenissen
  44. geen vertrouwen in jezelf, dat je wel een weg zal vinden voor jezelf ook al blijft er een lichamelijke handicap na het ongeval


Bij de diagnose van post traumatische stress kan nog onderscheid gemaakt worden tussen een enkel trauma bij een volwassene die voordien goed functioneerde (enkelvoudige PTSS) en herhaaldelijke traumatisering of traumatisering op jonge leeftijd met ontoereikende steun vanuit de omgeving (complexe PTSS). Symptomen kunnen accuut (meteen) optreden of uitgesteld (na een periode zonder klachten). Onbehandelde PTSS kan chronisch van aard zijn (het blijft duren, gaat niet over). Ook chronische PTSS is goed behandelbaar met EMDR.