Psycholoog Johan Op De Beeck

50 vragen bij burn out

Om de behandeling van burn-out te plaatsen, geef ik hieronder een hele reeks vragen. Burn-out kan zich op verschillende terreinen bevinden. Slechts een gedeelte van onderstaande vragen zullen voor jou toepasselijk zijn. Ieder met burnout kent een eigen profiel. Onderstaande vragen verkennen een ruimer kader en zijn niet bedoeld als een test of vragenlijst. Er zijn verschillende vragen bij die best wel moeilijk zijn om te beantwoorden, schakel eventueel een gesprekspartner in!
Tip: beantwoord uitsluitend volgende 10 vragen: 7, 19-21, 32-33, 39-40, 49-50

    I. Gevoelens

  1. In welke situaties of bij welke taken voel je je machteloos of vermoeid?
  2. Wanneer voel je irritatie of zelfs kwaadheid?
  3. Als je cynisch bent over je werkgever of over ontwikkelingen op je werk, wat mis je dan in je huidige situatie? Welke verliezen (bv. autonomie, variatie, interessante taken, …) ken je op je werkplek?
  4. Waarover voel je je verdrietig wat je werk betreft?
  5. Zijn er zaken waarin je vroeger in je leven gekwetst werd en die zich nu opnieuw voordoen?
  6. Welke inspanningen op het werk kon je vroeger met gemak verrichten, maar kosten nu veel energie? Hoe komt dit?
  7. Aan welke gevoelens die je ervaart zou je merken dat de problemen voorbij zijn?
  8. II. Lichaam en ontspanning

  9. Waarmee ontspan je? In welke mate lukt dit nu nog?
  10. Welke technieken of middeltjes heb je om op korte tijd je lichaam helemaal te ontspannen?
  11. Doe je aan sport of een sportieve ontspanning?
  12. Gebruik je alcohol, nicotine, marihuana, koffie of een ander middel om te ontspannen of net de stress vol te houden?
  13. Is er wat veranderd in je ontspanningssituatie zodanig dat ontspannen nu moeilijker loopt?
  14. Merk je snelle en oppervlakkige ademhaling bij jezelf? Verhoogde hartslag? Pijn in borststreek? Tintelingen in handen, armen, voeten of benen? Een ijl hoofd? Spierpijnen?
  15. Kan je je aan je gewone werkuren houden of heb je veel overuren, of neem je veel mee naar huis voor ’s avonds of in het weekend?
  16. Heb je hoofdpijn? Vooral in rustige perioden of eerder in drukke perioden?
  17. Hoe verloopt inslapen? Hoe lang duurt het vooraleer je ingeslapen bent?
  18. Word je ’s nachts vaker wakker dan voordien? Hoe lang duurt het om dan terug in slaap te vallen?
  19. Voel je je ’s ochtends uitgerust?
  20. Met welke actieve ontspanning kan je starten? Of kan je meer doen?
  21. Waaraan zou je merken dat de veerkracht in je lichaam herstelt is?
  22. Hoe zou je aan je lichaam merken dat de psychische en emotionele belasting overwonnen is?
  23. III. Werksituatie

  24. Welke veranderingen deden zich voor in je werkomgeving, je werktaken, je collega’s, je hiërarchische oversten, je beloning en verloning?
  25. Of welke verandering werden aangekondigd?
  26. Zijn er promoties die je gehoopt had, die niet doorgingen?
  27. Zijn er toekomstperspectieven van enige tijd terug waarvan nu blijkt dat ze niet zullen uitkomen?
  28. Kent jouw organisatie een fusie, opdeling of overname?
  29. Zijn er belangrijke veranderingen in de markt waarop je bedrijf zich bevindt?
  30. Zijn er veranderingen in het imago van je organisatie of van de functie die je er vervult?
  31. Zijn er recente maatregelen die een veelheid aan taken verplichten die je geen voldoening geven (bv. uitgebreide administratie of registratieverplichtingen).
  32. Is er een verandering in de waarden die je bedrijf nastreeft? Of in de ethiek die schuilt achter de wijze waarop doelen worden nagestreefd binnen het bedrijf?
  33. Wat dient er op je werk te gebeuren alvorens je ziekteverlof neemt of alvorens je ontslag neemt?
  34. Waaraan op je werk zal je het eerst merken dat je niet langer last hebt van burn-out?
  35. Waaraan op je werk zal je het eerst merken dat het bedrijfsklimaat zich ten gunste veranderd heeft? Of dat er opnieuw voldoende ondersteuning en waardering is bij de uitoefening van je werk?
  36. IV. Gedachten, noden, waarden

  37. Welke belangrijke noden en waarden werden vroeger vervuld op je werk, maar nu niet meer?
  38. Als er een verschuiving is in de noden en waarden die je werk vervulde, wat vertelt dit dan over het mensbeeld en wereldbeeld dat je werkgevers, collega's en klanten (...) hanteren ten aanzien van jou?
  39. Als je onzekerheid ervaart bij jezelf, waarover gaat die onzekerheid dan? Is er iets dat je angst inboezemt?
  40. Welke gedachten over jezelf, over je werk, of over je organisatie maken je moedeloos of gefrustreerd?
  41. Welke alternatieven heb je al uitgeprobeerd om je situatie weer in de hand te krijgen? Welke waren (gedeeltelijk) succesvol, en welke niet?
  42. Welke succesvolle benaderingswijzen zie je collega’s gebruiken in het omgaan met de veranderende situatie? Zijn die ook voor jouw bruikbaar? Als deze benaderingswijzen niet voor jouw bruikbaar zijn, waaruit leidt je dit af? Wat zou je aan jezelf kunnen veranderen zodat deze benaderingswijzen ook voor jou werken?
  43. Als je na het overwinnen van de moeilijkheden iets nieuw over jezelf, je werk, en de wereld gaat denken, waaruit bestaan deze nieuwe ideeën dan?
  44. V. Zijn er ingrijpende veranderingen in je privéleven?

  45. Samenwoonst, huwelijk, scheiding, gezinsuitbreiding?
  46. Overlijden van een dierbare in je gezin, familie of vriendenkring?
  47. Werkloosheid, faillissement, ongeval, geweld of ernstige ziekte bij je partner of kinderen?
  48. Opvoedingsproblemen? Relatiemoeilijkheden?
  49. Verhuis? Verbouwingswerken? Nieuwe functie in een vereniging? Veranderingen in de werksituatie van je partner of in de rolverdeling thuis? Een nieuw politiek mandaat?
  50. Eigen gezondheidsproblemen (die niet meteen aan de werksituatie verbonden zijn)?
  51. Gebeurd er onrecht in je leefwereld welk je persoonlijk raakt of aanspreekt?
  52. Extra financiële lasten ten gevolge van studies kinderen of ziekte van een gezinslid of…?
  53. Waaraan zouden mensen uit je privéomgeving merken dat je de burn-out achter de rug hebt?
  54. Als je op een moment heel zeker bent dat de problemen achter de rug zijn, aan wie wil je dat het eerste vertellen? En aan wie dan? Hoe zou je het vieren?